Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de piramides van Egypte, of die van Mexico.
Ik heb uren en uren verslonden aan documentaires over de vele theorieën die er bestaan over hoe ze gebouwd werden.
Vandaag de dag, met alle technologie en middelen die we hebben, weten we nog steeds niet met zekerheid hoe ze het gedaan hebben.
Niet hoe ze die precisie bereikten.
En ook niet waarom ze zo georiënteerd waren…
Machu Picchu, Paaseiland, Chichen itza…
Die enorme voorstellingen en bouwwerken die ons zelfs nu nog uitdagen in ons technisch, logistiek en symbolisch begrip. Als je terugkijkt, lijkt het alsof we losgeraakt zijn van de oude wijsheid van onze eigen soort.
Maar het mooie is: telkens wanneer de wetenschap ver genoeg vooruitgaat,
breekt ze die oude wijsheid niet af.
Ze bevestigt haar.
Met Qi Gong gebeurt precies hetzelfde.
Generaties lang werd er gesproken over energie, over balans, over regulatie van het interne systeem, over de relatie tussen emotie, ademhaling en lichaam.
Vandaag begint de wetenschap te spreken over het autonome zenuwstelsel, over chronische ontsteking, hartcoherentie, fascia, de nervus vagus en neuroplasticiteit….
Andere woorden, maar dezelfde conclusies. Alles valt perfect op zijn plek.
En toch zit er iets verontrustends in dit alles:
Terwijl de wetenschap stap voor stap dichter bij die eeuwenoude wijsheid komt, verwijderen veel moderne versies van deze praktijken zich er juist van.
Ze worden versimpeld, verzacht en omgevormd tot zachte gymnastiek, langzame choreografie, iets “ontspannens” maar diep vanbinnen leeg.
Sneller, eenvoudiger, beter verkoopbaar… maar ook veel oppervlakkiger.
De traditionele beoefening is niet bedoeld om te entertainen, om leuk gevonden te worden, of zich aan te passen aan de markt.
Ze is niet makkelijk, omdat de mens dat ook niet is.
Ze is complex, diepgaand en zoekt transformatie en evenwicht in alle aspecten van het leven. Wanneer die principes verdwijnen, blijft er misschien iets ontspannens aangenaams en esthetisch over…
maar het heeft zijn essentie en zijn ware kracht verloren.
Daarom blijf ik de traditionele praktijk verdedigen, ook al is die niet de makkelijkste, niet de snelste en niet de populairste.
Want dáár zit de schat.
Een kennis die zó verfijnd is dat ze eeuwen heeft overleefd en vandaag nog steeds werkt als een Zwitsersuurwerk.
Niet omdat ze oud of esoterisch is, maar omdat ze echt is.
Misschien bestaat echte vooruitgang er niet altijd uit om iets nieuws uit te vinden,
maar om te herinneren, te begrijpen en te koesteren wat we allang wisten.

